Uitspreken
Yardimci fiil
hebben
onregelmatig werkwoord (sterk werkwoord)
'Uitspreken' kan zowel letterlijk (de uitspraak van woorden) als figuurlijk (het uiten van gevoelens of meningen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Ornekler
Kun je dat woord nog een keer **uitspreken**? Ik versta het niet goed.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn excuses **uitgesproken** voor zijn gedrag.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Spreek** je gedachten **uit**, anders begrijpt niemand je!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als ik jou was, zou ik mijn mening **uitspreken**.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.