🇳🇱

Yardimci fiil

hebben

werkwoord

De nuances in het gebruik van 'vertellen' kunnen variëren afhankelijk van de context waarin het gebruikt wordt.

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Ornekler

  • Vertel het maar tegen iedereen.

    gebiedende wijs, implicatief

  • Ze vertelt over haar liefde voor kunst.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Hij vertelde altijd over zijn avonturen in het buitenland.

    verleden tijd, indicatief

  • Ik heb het hem verteld.

    voltooid deelwoord, indicatief

  • Het is belangrijk dat je het verhaal goed vertelt.

    aanvoegende wijs, subjunctief

Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.