Yardimci fiil hebben
werkwoord
Zet het papier in de juiste positie om te vouwen.
Infinitief Ik leer hoe ik papier kan vouwen.
Tegenwoordig deelwoord De kunstenaar is vouwend bezig met zijn nieuwe creatie.
Ze is vouwende bezig met het maken van origami.
Voltooid deelwoord Het papier is mooi gevouwen in de vorm van een vogel.
Tegenwoordige tijd ik
Als ik het papier vastpak, vouw ik het in twee.
jij / je
Jij vouwt de handdoek erg mooi.
u
U vouwt de kaart verkeerd om.
hij
Hij vouwt het newspaper zorgvuldig.
zij / ze
Zij vouwt de kleding netjes op.
het
Het vouwt gemakkelijk als je het op de goede manier doet.
wij / we
Wij vouwen samen een groot stuk papier.
jullie
Jullie vouwen de dozen voordat je ze opbergt.
Verleden tijd ik
Ik vouwde de kaart zoals het moet.
jij / je
Jij vouwde de oude brieven in de lade.
u
U vouwde de kleed goed en legde het weg.
hij
Hij vouwde de stoffen zorgvuldig in de koffer.
zij / ze
Zij vouwde het boek dicht na het lezen.
het
Het vouwde perfect in elkaar.
wij / we
Wij vouwden samen de papieren vliegtuigjes.
jullie
Jullie vouwden de dozen voor het feestje.
zij / ze
Ze vouwden de handdoeken netjes op.
Aanvoegende wijs Als je dat doet, laat het alsjeblieft goed vouwe.
Gebiedende wijs Vouw het papier precies in het midden.
Ornekler Vouw het papier diagonaal voor een scherpere lijn.
gebiedende wijs, bevel
Hij vouwt de servetten altijd op een speciale manier.
tegenwoordige tijd, indicatief
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.