Yardimci fiil hebben
werkwoord
wandelen kan een ontspannende activiteit zijn.
Verleden tijd ik
Ik wandelde gisteren in het park.
jij / je
Jij wandelde vroeger altijd naar school.
u
U wandelde laatst in de stad.
hij
Hij wandelde met zijn honden.
zij / ze
Zij wandelde naar het strand.
het
Het wandelde niet, maar gaf alleen maar antwoord.
wij / we
Wij wandelden samen in het bos.
jullie
Jullie wandelden naar de markt.
Tegenwoordige tijd ik
Ik wandel dagelijks in het park.
jij / je
Jij wandelt vaak in de stad.
u
U wandelt elke zondag.
hij
Hij wandelt met zijn vriendin.
zij / ze
Zij wandelt graag in de natuur.
het
Het wandelt niet, het blijft staan.
wij / we
Wij wandelen elke zaterdag samen.
jullie
Jullie wandelen in het bos.
Voltooid deelwoord ik
Ik heb in het park gewandeld.
Tegenwoordig deelwoord ik
Ik ben wandelend naar het werk gegaan.
jij / je
Jij bent wandelend in het park.
u
U bent wandelend gekomen.
hij
Hij is wandelend met zijn hond.
zij / ze
Zij is wandelend naar huis gegaan.
het
Het is wandelend van het pad afgeweken.
wij / we
Wij zijn wandelend een nieuwe route aan het ontdekken.
jullie
Jullie zijn wandelend naar het station gegaan.
Aanvoegende wijs ik
Moge ik wandele in de bergen.
Infinitief
Om te wandelen is goed voor de gezondheid.
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.