🇹🇷

Wassen

Yardimci fiil

hebben

hebben; refl,trans

Kan zowel transitief ('iets wassen') als reflexief ('zich wassen') worden gebruikt. Het voltooid deelwoord is onregelmatig ('gewassen').

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Ornekler

  • Ik was elke ochtend mijn gezicht met koud water.

    tegenwoordig, indicatief

  • Gisteren wasten we samen de auto in de tuin.

    verleden, indicatief

  • Heb je je haar al gewassen vandaag?

    voltooid tegenwoordig, indicatief

Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.