Infinitief Ik wil leren om een goede kunstenaar te worden die kan wonderen creëren.
Tegenwoordig deelwoord De kinderen zaten wonderend naar de goochelaar te kijken.
De wonderende mensen waren onder de indruk van het spektakel.
Voltooid deelwoord Ze heeft altijd gewonderd hoe het universum werkt.
Tegenwoordige tijd ik
Ik wonder hoe iets zo mooi kan zijn.
jij / je
Jij wonderen als je naar de sterren kijkt.
u
U wondert vast waar deze reis naartoe gaat.
hij
Hij wondert over de geheimen van de natuur.
zij / ze
Zij wondert altijd over de vragen die ze heeft.
het
Het wondert in de ochtenddamp.
wij / we
Wij wonderen wat er in de toekomst zal gebeuren.
jullie
Jullie wonderen over de schoonheid van de natuur.
Verleden tijd ik
Ik wonderde over de vragen die ik steeds had.
jij / je
Jij wonderde in stilte over het verleden.
u
U wonderde hoe dit kon gebeuren.
hij
Hij wonderde of er nog meer geheimen waren.
zij / ze
Zij wonderden over de uitkomsten van het experiment.
het
Het wonderde wat er nog zou komen.
wij / we
Wij wonderden samen over de antwoorden.
jullie
Jullie wonderden tijdens het lezen van het boek.
De mensen wonderden over het mooie uitzicht.
Aanvoegende wijs Als hij maar wondere bij het zien van de sterren.
Gebiedende wijs Wonder aan de wereld om je heen!
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.