Tegenwoordig deelwoord De bijen zijn zoemend aan het werk in de tuin.
De zoemende bijen zijn een teken van zomer.
Tegenwoordige tijd ik
Ik zoem altijd als ik blij ben.
jij / je, u
Jij zoemt altijd als je in de zon zit.
hij, zij / ze, het
Zij zoemt als ze gelukkig is.
wij / we, jullie
Wij zoemen samen tijdens het feest.
Verleden tijd ik
Ik zoemde een vrolijk deuntje gisteren.
jij / je, u
Jij zoemde ook tijdens het spel gisteren.
hij, zij / ze, het
Hij zoemde een liedje in de tuin.
wij / we
Wij zoemden samen in de auto.
Voltooid deelwoord Ik heb al gezoemd in het park.
Aanvoegende wijs Laat me zoeme als ik dat wil.
Gebiedende wijs Zoem harder!
Zoemt samen als adders.
Bu sozlugu, turunde en kapsamli Hollandaca ogrenme kaynagi olarak insa ettim. Tanimlar ve ornekler uretilmistir, bu nedenle ara sira hatalarla karsilasabilirsiniz — icguduilerinize guvenin.