Aannemen
Допоміжне дієслово
hebben
Sterk werkwoord (onregelmatig in verleden tijd en voltooid deelwoord). Kan zowel scheidbaar ('aan' + 'nemen') als onscheidbaar ('aannemen') voorkomen, afhankelijk van de betekenis.
'Aannemen' kan meerdere betekenissen hebben: 1) iets accepteren (bijv. een cadeau), 2) iemand in dienst nemen, 3) veronderstellen (bijv. 'Ik neem aan dat je komt').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Приклади
Ik neem het pakket aan van de postbode.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij nam de baan vorige maand aan.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de uitnodiging aangenomen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Neem dit aanbod aan, het is een unieke kans!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik neem aan dat je de instructies begrijpt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.