Banen
ДієсловоB2
Допоміжне дієслово
hebben
hebben; transitief, reflexief
'Banen' is een regelmatig werkwoord (zwakke vervoeging) en wordt vaak reflexief gebruikt: 'zich een weg banen'. Ook figuurlijk voor 'een pad effenen'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
Приклади
Ik baan mij een weg door de menigte.
tegenwoordig, indicatief
Zij baande de weg voor een nieuwe generatie.
verleden, indicatief
Hij heeft een weg gebaand voor zijn opvolgers.
voltooid tegenwoordig, indicatief
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.