Ik wil mijn fout bekennen.
De bekkennende getuige sprak de waarheid.
De bekkennende vrouw vertelde haar verhaal.
Beken je fout en maak het goed!
ik
Ik bekende mijn fout aan de leraar.
wij / we, jullie
Zij bekende haar gevoelens, en dat werd door iedereen gerespecteerd.
Ik heb het probleem al bekend gemaakt.
Al zou hij bekennen, zullen ze hem niet geloven.
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.