Bescheiden
ΠΡΡΠΈΠ±ΡΡΠΈΠ²Π½Ρ ΡΠΎΡΠΌΠΈ
Als je 'bescheiden' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je bijvoorbeeld 'een bescheiden huis' of 'de bescheiden vrouw'. Het woord verandert niet, of het nu over 'de', 'het' of 'een' gaat.
- Π ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΌ Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Π΅ΠΌ
- Π Π½Π΅ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΌ Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Π΅ΠΌ
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
ΠΡΠ΅Π΄ΠΈΠΊΠ°ΡΠΈΠ²Π½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je 'bescheiden' zonder verandering. Bijvoorbeeld: 'Hij is bescheiden'.
ΠΠΈΡΠΈΠΉ ΡΡΡΠΏΡΠ½Ρ
Als je wilt zeggen dat iemand of iets 'meer bescheiden' is, gebruik je 'bescheidener'. Bijvoorbeeld: 'Zij is bescheidener dan haar zus'.
- ΠΡΠ½ΠΎΠ²Π½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
- Π "dan"
ΠΠ°ΠΉΠ²ΠΈΡΠΈΠΉ ΡΡΡΠΏΡΠ½Ρ
Voor de overtreffende trap gebruik je 'bescheidenst' of 'bescheidenste'. Bijvoorbeeld: 'Hij is de bescheidenste van allemaal' of 'Zij is het bescheidenst'.
- ΠΡΡΠΈΠ±ΡΡΠΈΠ²Π½Π΅
- ΠΡΠ΅Π΄ΠΈΠΊΠ°ΡΠΈΠ²Π½Π΅
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- usage:Het bijvoeglijk naamwoord 'bescheiden' verandert niet in de stellende trap voor het zelfstandig naamwoord, ongeacht het geslacht of getal.
- spelling:In de overtreffende trap kan zowel 'bescheidenst' (zonder -e) als 'bescheidenste' (met -e) gebruikt worden, afhankelijk van de context.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.