NEDERLANDS
🇺🇦

Brommen

ДієсловоA2

Допоміжне дієслово

hebben

onovergankelijk werkwoord (kan niet met een lijdend voorwerp)

Het werkwoord 'brommen' kan zowel letterlijk (bijv. het geluid van een bij) als figuurlijk (bijv. mopperen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Приклади

  • De bijen **brommen** in de bloemen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij **bromde** omdat hij zijn sleutels niet kon vinden.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Als je zo blijft **brommen**, verpest je de sfeer.

    tegenwoordige tijd, voorwaardelijke wijs

  • De motor **bromde** luid toen hij startte.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de hele avond **gebromd** over het eten.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.