Bussen
Допоміжне дієслово
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'bussen' betekent 'met de bus reizen'. Het wordt vaak gebruikt in alledaagse gesprekken over vervoer.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Приклади
Ik **bus** elke ochtend naar mijn werk omdat het sneller is dan fietsen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren **buste** hij naar de stad omdat zijn auto kapot was.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij hebben vorige week **gebust** naar het concert omdat het regende.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Bus** jij maar, ik wacht op de volgende!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat zij **busse** om op tijd te komen.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.