NEDERLANDS
🇺🇦

Dobbelen

ДієсловоA2

Допоміжне дієслово

hebben

regelmatig werkwoord

Dobbelen verwijst meestal naar het spelen met dobbelstenen, vaak in een spelcontext. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden om 'gokken' of 'risico nemen' aan te duiden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Приклади

  • Ik dobbel elke zaterdag met mijn familie.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren heb ik urenlang gedobbeld.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Dobbel jij mee?

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij zou dobbelen, zou hij misschien winnen.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs

Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.