Gaan
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΎΠ΄Π½ΠΈΠ½ΠΈ
Gaan is een zelfstandig naamwoord en betekent vaak de beweging of de actie van gaan.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de/het)
- ΠΠ΅ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (een)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΌΠ½ΠΎΠΆΠΈΠ½ΠΈ
De pluralis is ook 'gaan'. Dit gebruik is minder gebruikelijk in alledaagse spraak en meestal contextueel.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
ΠΠΌΠ΅Π½ΡΡΠ²Π°Π»ΡΠ½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
Het diminutief kan een schattige of minder ernstige betekenis geven.
informal
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠΊΠ»Π°Π΄Π΅Π½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²Π°
afgaan
afgaan betekent om te falen of weg te gaan.
weggaan
weggaan betekent om te vertrekken van een plek.
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²ΠΎΡΠΏΠΎΠ»ΡΡΠ΅Π½Π½Ρ
gaan studeren
Dit betekent dat ze beginnen met studeren.
gaan winkelen
Dit betekent dat we naar winkels gaan.
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- countability:Gaan is een onregelmatig zelfstandig naamwoord en kan zowel telbaar als niet-telbaar zijn, afhankelijk van de context.
- usage:Gaan wordt vaak gebruikt in combinatie met werkwoorden om acties of beweging aan te geven.
- register:In formele teksten kan het woord minder vaak verschijnen, terwijl het in dagelijkse conversaties gebruikelijk is.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.