Koop
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΎΠ΄Π½ΠΈΠ½ΠΈ
Het zelfstandig naamwoord koop verwijst naar de transactie waarbij iemand iets krijgt in ruil voor geld, of naar een concrete aankoop.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de/het)
- ΠΠ΅ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (een)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΌΠ½ΠΎΠΆΠΈΠ½ΠΈ
De meervoudsvorm is kopen; in dagelijks Nederlands wordt vaker aankopen gebruikt.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
ΠΠΌΠ΅Π½ΡΡΠ²Π°Π»ΡΠ½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
Een koopje is iets voordeligs dat je met korting of heel goedkoop hebt gekregen.
informeel
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠΊΠ»Π°Π΄Π΅Π½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²Π°
koopcontract
Een juridisch document waarin de koop van een product of pand wordt vastgelegd.
koopkracht
De financiΓ«le ruimte die iemand heeft om spullen te kopen.
koopzondag
Een zondag waarop de winkels open zijn.
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²ΠΎΡΠΏΠΎΠ»ΡΡΠ΅Π½Π½Ρ
goede koop
Een goede koop is iets wat zijn geld waard is of goedkoper dan verwacht.
koop sluiten
Een koop sluiten betekent een koopovereenkomst definitief maken.
te koop
Iets dat te koop is, wordt aangeboden om gekocht te worden.
op de koop toe
Betekent bovendien of er nog bij, vaak met een ongunstige bijklank.
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- register:In formele en juridische teksten (zoals contracten) verwijst koop naar de transactie of overeenkomst.
- countability:Koop is telbaar, maar in het meervoud wordt vaker het woord aankopen gebruikt om verwarring met het werkwoord kopen te voorkomen.
- usage:In alledaags Nederlands is het verkleinwoord koopje gebruikelijker dan koop in de betekenis van een voordelige aankoop.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.