ΠΡΠΈΠΊΠΌΠ΅ΡΠ½ΠΈΠΊ
ΠΡΡΠΈΠ±ΡΡΠΈΠ²Π½Ρ ΡΠΎΡΠΌΠΈ
Als je zegt 'de gemakkelijke taak' of 'een gemakkelijke oefening', gebruik je 'gemakkelijke' vΓ³Γ³r het zelfstandig naamwoord.
- Π ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΌ Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Π΅ΠΌ
- de gemakkelijke taak
- "De gemakkelijke taak is snel klaar."
- Π Π½Π΅ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΌ Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Π΅ΠΌ
- een gemakkelijke oefening
- "Dit is een gemakkelijke oefening."
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
- gemakkelijk
- "Het is gemakkelijk om te leren."
ΠΡΠ΅Π΄ΠΈΠΊΠ°ΡΠΈΠ²Π½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'gemakkelijk': De taak is gemakkelijk.
ΠΠΈΡΠΈΠΉ ΡΡΡΠΏΡΠ½Ρ
Als je iets vergelijkt, zeg je 'gemakkelijker': De nieuwe les is gemakkelijker dan de oude les.
- ΠΡΠ½ΠΎΠ²Π½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
- gemakkelijker
- "Deze les is gemakkelijker dan de vorige."
- Π "dan"
- gemakkelijker dan
- "De nieuwe versie is gemakkelijker dan de oude."
ΠΠ°ΠΉΠ²ΠΈΡΠΈΠΉ ΡΡΡΠΏΡΠ½Ρ
Als je het hebt over de hoogste graad, gebruik je 'gemakkelijkste': Dit is de gemakkelijkste taak van allemaal.
- ΠΡΡΠΈΠ±ΡΡΠΈΠ²Π½Π΅
- de gemakkelijkste
- "Dit is de gemakkelijkste manier om het probleem op te lossen."
- ΠΡΠ΅Π΄ΠΈΠΊΠ°ΡΠΈΠ²Π½Π΅
- gemakkelijkst
- "Dit onderdeel is het gemakkelijkst."
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- usage:Gebruik 'gemakkelijke' voor zelfstandige naamwoorden en 'gemakkelijk' voor bijvoeglijke of predicatieve zinnen.
- spelling:De spelling blijft regelmatig en verandert niet bij andere vormen.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.