NEDERLANDS
🇺🇦

    Gronden

    Дієслово

    Допоміжне дієслово

    hebben

    hebben; trans

    Formeel werkwoord dat vooral in juridische, wetenschappelijke en abstracte contexten voorkomt.

    Infinitief

    Tegenwoordige tijd

    • ik

    • jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Verleden tijd

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Voltooid deelwoord

    Tegenwoordig deelwoord

    Gebiedende wijs

    Приклади

    • De wetenschapper grondt zijn theorie op talloze experimenten.

      present, indicative

    • Ze grondden hun besluit op zorgvuldige overweging.

      past, indicative

    • Het vonnis is gegrond op de getuigenverklaringen.

      perfect, indicative

    Продовжуйте вчитися

    Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.