Gronden
Дієслово
Допоміжне дієслово
hebben
hebben; trans
Formeel werkwoord dat vooral in juridische, wetenschappelijke en abstracte contexten voorkomt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
Приклади
De wetenschapper grondt zijn theorie op talloze experimenten.
present, indicative
Ze grondden hun besluit op zorgvuldige overweging.
past, indicative
Het vonnis is gegrond op de getuigenverklaringen.
perfect, indicative
Продовжуйте вчитися
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.