ΠΡΠ½ΠΎΠ²Π½Π΅ Π²ΠΆΠΈΠ²Π°Π½Π½Ρ
'Half' wordt gebruikt om te verwijzen naar iets dat gedeeltelijk is of om een kwantiteit aan te duiden die niet volledig is.
de helft van iets; niet helemaal; deels
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΠΌΠΎΠ΄Π΅Π»Ρ Π²ΠΆΠΈΠ²Π°Π½Π½Ρ
vorige/volgende
"Ik ben de vorige keer half vergeten het boek terug te brengen."
Hier betekent 'half' dat iets gedeeltelijk is gebeurd.
in combinatie met tijd
"Ik kom half drie aan."
Hier geeft 'half' een tijd aan die de helft voor een heel uur is.
in mate of hoeveelheid
"Ze was half tevreden met het resultaat."
'Half' geeft aan dat iets gedeeltelijk of niet volledig is.
Π‘ΠΏΠΎΠ»ΡΡΠ΅Π½Π½Ρ Π· Π΄ΡΡΡΠ»ΠΎΠ²Π°ΠΌΠΈ
zijn
"Hij is half slap."
de toestand beschrijven
vinden
"Ik vind het half leuk."
een mening of gevoel geven
brengen
"Hij heeft het half afgebracht."
te maken dat iets ergens komt
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- usage:'half' kan ook informeel worden gebruikt in plaats van 'gedeeltelijk'.
- position:'half' staat meestal voor het woord of werkwoord dat het verder beschrijft.
- register:'half' is informeel en wordt vaak gebruikt in spreektaal.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.