Hij
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΎΠ΄Π½ΠΈΠ½ΠΈ
'Hij' als zelfstandig naamwoord verwijst naar het mechanisme of de handeling van het optillen van zware voorwerpen. Het wordt bijna altijd in technische of bouwcontexten gebruikt.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de/het)
- ΠΠ΅ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (een)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΌΠ½ΠΎΠΆΠΈΠ½ΠΈ
De meervoudsvorm 'hijsen' wordt gebruikt om meerdere hijsbewegingen of -installaties aan te duiden. Het is minder gebruikelijk dan het enkelvoud.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
ΠΠΌΠ΅Π½ΡΡΠ²Π°Π»ΡΠ½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
Het diminutief 'hijtje' wordt zelden gebruikt en klinkt informeel. Het verwijst meestal naar een kleine hijsinrichting of een speelgoedversie ervan.
informeel
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠΊΠ»Π°Π΄Π΅Π½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²Π°
hijsinstallatie
complete installatie om zware voorwerpen op te tillen
hijskraan
kraan om zware voorwerpen mee op te tillen
hijsbalk
balk die gebruikt wordt bij het hijsen
hijsogen
ogen waaraan iets opgehesen kan worden
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²ΠΎΡΠΏΠΎΠ»ΡΡΠ΅Π½Π½Ρ
gebruiken
'Hij' wordt vaak gecombineerd met 'gebruiken' om aan te geven dat de hijsinrichting in werking is.
controleren
Veiligheid is belangrijk, dus de hij wordt vaak gecontroleerd.
zwaar
'Zwaar' wordt vaak gebruikt om de capaciteit van een hij aan te geven.
kapot
Problemen met de hij worden vaak beschreven met 'kapot'.
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- usage:'Hij' wordt bijna uitsluitend gebruikt in de context van tillen of hijsen. Het is geen algemeen woord en komt niet voor in alledaagse situaties buiten technische beroepen.
- countability:'Hij' is meestal telbaar (je kunt spreken van 'een hij' of 'twee hijsen'), maar het kan ook onbepaald gebruikt worden in algemene zin (bijv. 'Hij is belangrijk voor de bouw').
- irregular:Het woord 'hij' als zelfstandig naamwoord is niet te verwarren met het persoonlijk voornaamwoord 'hij'. De betekenis en het gebruik zijn compleet anders.
- register:Informeel wordt soms 'hijs' gebruikt in plaats van 'hij' (bijv. 'de hijs'), maar dit is niet standaard en wordt afgeraden in formele of technische teksten.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.