Infinitief Ik wil het project korten om tijd te besparen.
Tegenwoordig deelwoord De kortend film was spannend om naar te kijken.
De kortende scène maakte iedereen nieuwsgierig.
Tegenwoordige tijd ik
Ik kort de video met een paar minuten.
jij / je, u
Jij kort het verhaal te veel in.
hij, zij / ze, het
Hij kort de informatie samen.
wij / we, jullie
Wij korten onze afspraken om efficiënter te zijn.
Korten is belangrijk om tijd te besparen.
Verleden tijd ik
Ik kortte het verhaal toen ik het vertelde.
jij / je, u
Jij kortte het artikel kort geleden in de les.
hij, zij / ze, het
Zij kortte de presentatie om tijd te winnen.
wij / we, jullie
Wij kortten het vakantieplan in.
Voltooid deelwoord Het project is gekort om de kosten te verlagen.
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
De video is nu gepast gekort voor de presentatie.
Gebiedende wijs Kort de tekst voor de deadline!
Aanvoegende wijs Als je een korte uitleg wilt, moet je dat zeggen.
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.