ΠΡΠ½ΠΎΠ²Π½Π΅ Π²ΠΆΠΈΠ²Π°Π½Π½Ρ
De prepositie 'naar' wordt gebruikt om richting, bestemming of betrekking aan te duiden.
geeft richting aan, zoals 'to' in het Engels. Het kan ook 'met betrekking tot' betekenen.
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΠΌΠΎΠ΄Π΅Π»Ρ Π²ΠΆΠΈΠ²Π°Π½Π½Ρ
richting
"Zij loopt naar de winkel."
Gebruik 'naar' om een richting aan te geven.
met betrekking tot
"Hij is vriendelijk naar zijn klanten."
Hier betekent 'naar' met betrekking tot, of hoe iets gebeurt.
Π‘ΠΏΠΎΠ»ΡΡΠ΅Π½Π½Ρ Π· Π΄ΡΡΡΠ»ΠΎΠ²Π°ΠΌΠΈ
gaan
"Wij gaan naar de bioscoop."
richting aangeven
luisteren
"Ik luister graag naar muziek."
iets horen met aandacht
kijken
"Zij kijkt naar de vogels."
ergens je ogen op richten
vragen
"Hij vraagt naar jouw gezondheid."
iets van iemand willen weten
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- usage:'Naar' wordt vooral gebruikt bij beweging en richting.
- position:Plaats 'naar' zo dicht mogelijk bij het werkwoord om de zin duidelijk te houden.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.