NEDERLANDS
🇺🇦

Planken

Дієслово

Допоміжне дієслово

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'planken' wordt voornamelijk gebruikt in de context van watersporten, zoals wakeboarden of waterskiën. Het is een informele term die vooral in recreatieve settings wordt gebruikt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • jij / je

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Приклади

  • Ik plank elke zomer op het meer.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je ooit geplankt op een surfplank?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Plank niet te snel, anders val je!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel hij planke, bleef hij niet lang staan.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.