Probleem
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΎΠ΄Π½ΠΈΠ½ΠΈ
'Probleem' is een het-woord. In het enkelvoud gebruik je 'het probleem' of 'een probleem'. Het woord kan ook zonder lidwoord gebruikt worden, vooral in informele zinnen of uitdrukkingen.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de/het)
- ΠΠ΅ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (een)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΌΠ½ΠΎΠΆΠΈΠ½ΠΈ
De meervoudsvorm van 'probleem' is 'problemen'. Dit is een de-woord in het meervoud. Je gebruikt 'de problemen' of 'problemen' zonder lidwoord.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
ΠΠΌΠ΅Π½ΡΡΠ²Π°Π»ΡΠ½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
Het diminutief 'probleempje' maakt het probleem kleiner of minder ernstig. Vaak gebruikt om iets luchtig of vriendelijk te zeggen.
informeel
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠΊΠ»Π°Π΄Π΅Π½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²Π°
milieuprobleem
een probleem dat te maken heeft met het milieu (natuur, vervuiling, etc.)
gedragsprobleem
een probleem dat te maken heeft met iemands gedrag
probleemoplossing
de manier waarop een probleem wordt opgelost
probleemkind
een kind dat vaak problemen veroorzaakt
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²ΠΎΡΠΏΠΎΠ»ΡΡΠ΅Π½Π½Ρ
een probleem hebben met
Deze combinatie gebruik je om aan te geven dat iets of iemand een probleem voor je is.
een probleem oplossen
Dit betekent dat je een oplossing zoekt voor het probleem.
geen probleem
Dit gebruik je om te zeggen dat iets makkelijk of geen moeite is. Vaak informeel.
groot probleem
Gebruikt om aan te geven dat het probleem ernstig of belangrijk is.
klein probleem
Gebruikt om aan te geven dat het probleem niet ernstig is.
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- usage:Het woord 'probleem' wordt vaak gebruikt in combinatie met werkwoorden zoals 'hebben', 'zijn', 'oplossen' en 'veroorzaken'.
- countability:'Probleem' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één probleem', 'twee problemen', enzovoort.
- register:In formele teksten of gesprekken wordt 'probleem' vaak gebruikt in combinatie met andere formele woorden, zoals 'kwestie' of 'aangelegenheid'. In informele gesprekken is het woord ook heel gewoon.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.