Infinitief Hij houdt van pronken op het podium.
Ik wil graag leren pronken met mijn nieuwe kleren.
Tegenwoordig deelwoord De pronkende artiest trok veel aandacht.
Hij liep pronkend het lokaal binnen.
Voltooid deelwoord Zij heeft gepronkt met haar diploma.
Tegenwoordige tijd ik
Ik pronk graag met mijn nieuwe auto.
jij / je
Jij pronkt altijd met je nieuwe spullen.
u
U pronkt prachtig met dat mooie jurkje.
hij
Hij pronkt met zijn prestaties.
zij / ze
Zij pronkt met haar sportprijzen.
het
Het pronkt in de etalage.
wij / we
Wij pronken samen met onze successen.
jullie
Jullie pronken met jullie nieuwe vrienden.
Verleden tijd ik
Ik pronkte op het feest vorig jaar.
jij / je
Jij pronkte met je nieuwe smartphone.
u
U pronkte met uw nieuwste uitvinding.
hij
Hij pronkte met zijn skill.
zij / ze
Zij pronkte met haar stijlvolle outfit.
het
Het pronkte in het tijdschrift.
wij / we
Wij pronkten met onze prestaties op het podium.
jullie
Jullie pronkten in het weekend met jullie nieuwe outfits.
zij / ze
Ze pronkten als een groep met hun awards.
Gebiedende wijs Pronkt niet zo met je spullen!
Aanvoegende wijs Ik hoop dat jij pronkt met je talenten.
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.