NEDERLANDS
🇺🇦

Rammen

ДієсловоA2

Допоміжне дієслово

hebben

overgankelijk werkwoord

Het werkwoord 'rammen' kan zowel letterlijk (iets met kracht raken) als figuurlijk (bijvoorbeeld 'een auto ramt een muur') gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Приклади

  • Ik ram de spijker in de muur.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de bal door het raam geramd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Ram die spijker er snel in!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • De vrachtwagen ramde tegen de geparkeerde auto.

    verleden tijd, aantonende wijs

Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.