🇺🇦

Schamen

Допоміжне дієслово

hebben

reflexief werkwoord (altijd met 'zich')

Dit werkwoord drukt een gevoel van schaamte of gêne uit, vaak gerelateerd aan sociale situaties of persoonlijke fouten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Приклади

  • Ik schaam me als ik een fout maak in het Nederlands.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij schaamde zich toen hij de verkeerde weg nam.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben ons geschaamd voor ons gedrag op het feest.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Schaam je je niet voor die leugen?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Men hoopt dat zij zich schame voor haar woorden.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.