Shirt
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΎΠ΄Π½ΠΈΠ½ΠΈ
Het woord 'shirt' wordt in het enkelvoud gebruikt om één kledingstuk aan te duiden. Het is een neutraal woord (het-shirt) en wordt vaak gebruikt in dagelijkse gesprekken.
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de/het)
- ΠΠ΅ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (een)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
Π€ΠΎΡΠΌΠΈ ΠΌΠ½ΠΎΠΆΠΈΠ½ΠΈ
In het meervoud wordt 'shirts' gebruikt om meerdere kledingstukken aan te duiden. Het meervoud volgt de normale regels (toevoeging van -s).
- ΠΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΉ (de)
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
ΠΠΌΠ΅Π½ΡΡΠ²Π°Π»ΡΠ½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
Het diminutief 'shirtje' wordt vaak gebruikt om iets klein of lief aan te duiden, bijvoorbeeld kinderkleding of een informeel, vriendelijk gesprek.
informeel
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠΊΠ»Π°Π΄Π΅Π½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²Π°
T-shirt
Een shirt zonder kraag en met korte mouwen.
shirtrok
Een shirt dat langer is en als een soort jurk gedragen kan worden.
voetbalshirt
Een shirt dat door voetballers wordt gedragen tijdens een wedstrijd.
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΡΠ»ΠΎΠ²ΠΎΡΠΏΠΎΠ»ΡΡΠ΅Π½Π½Ρ
aantrekken
Het werkwoord 'aantrekken' wordt vaak gebruikt met kledingstukken zoals een shirt.
uittrekken
Het werkwoord 'uittrekken' wordt gebruikt om aan te geven dat je een shirt verwijdert.
wassen
Het werkwoord 'wassen' wordt vaak gebruikt met kledingstukken zoals een shirt.
kleur
Het woord 'kleur' wordt vaak gebruikt om de eigenschap van een shirt te beschrijven.
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- usage:'Shirt' kan zowel formeel als informeel gebruikt worden, afhankelijk van de context. Bijvoorbeeld: 'Hij droeg een net shirt naar het sollicitatiegesprek' (formeel) versus 'Doe je shirt uit, het is hier warm!' (informeel).
- countability:'Shirt' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Dit betekent dat je het in het enkelvoud én meervoud kunt gebruiken (bijv. één shirt, twee shirts).
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.