Snuiten
Допоміжне дієслово
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'snuiten' wordt voornamelijk gebruikt in de context van het snuiten van de neus, vaak in informele of neutrale situaties.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Приклади
Ik moet mijn neus snuiten, want ik ben verkouden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn neus al drie keer gesnuit tijdens de les.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Snuit je neus voordat je binnenkomt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij snuitte haar neus toen ze hooikoorts had.
verleden tijd, aantonende wijs
Продовжуйте вчитися
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.