Stoten
Допоміжне дієслово
hebben
onregelmatig (sterk en zwak), overgankelijk en onovergankelijk
Het werkwoord 'stoten' kan zowel fysieke botsingen als emotionele schokken uitdrukken. In de verleden tijd zijn zowel sterke (stiet/stieten) als zwakke vormen (stootte/stootten) correct, maar de sterke vormen worden vaker gebruikt in formele of literaire contexten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Приклади
Ik stoot mijn knie vaak tegen de tafel.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn hoofd hard gestoten.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Stoot niet tegen die glazen deur!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij stootte (of stiet) haar elleboog toen ze viel.
verleden tijd, aantonende wijs
Men hoopt dat hij zich niet stote aan de nieuwe regels.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.