Taai
ΠΡΡΠΈΠ±ΡΡΠΈΠ²Π½Ρ ΡΠΎΡΠΌΠΈ
Als je 'taai' gebruikt vΓ³Γ³r een zelfstandig naamwoord, verandert het vaak in 'taaie'. Bijvoorbeeld: 'een taaie man' of 'de taaie koek'. Dit geldt voor zowel de- als het-woorden.
- Π ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΌ Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Π΅ΠΌ
- Π Π½Π΅ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΌ Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Π΅ΠΌ
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
ΠΡΠ΅Π΄ΠΈΠΊΠ°ΡΠΈΠ²Π½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'taai'. Bijvoorbeeld: 'De stof is taai' of 'Het vlees wordt taai'.
ΠΠΈΡΠΈΠΉ ΡΡΡΠΏΡΠ½Ρ
Om te zeggen dat iets taaier is dan iets anders, gebruik je 'taaier'. Bijvoorbeeld: 'Deze taart is taaier dan die taart'. Je kunt ook 'dan' toevoegen: 'Dit materiaal is taaier dan plastic'.
- ΠΡΠ½ΠΎΠ²Π½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
- Π "dan"
ΠΠ°ΠΉΠ²ΠΈΡΠΈΠΉ ΡΡΡΠΏΡΠ½Ρ
Voor het overtreffende trap gebruik je 'taaiste' als het voor een zelfstandig naamwoord staat: 'de taaiste worst'. Als het na een werkwoord staat, gebruik je 'taaist': 'Dit is het taaist'.
- ΠΡΡΠΈΠ±ΡΡΠΈΠ²Π½Π΅
- ΠΡΠ΅Π΄ΠΈΠΊΠ°ΡΠΈΠ²Π½Π΅
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- spelling:Bij de stellende trap in attributief gebruik (voor een zelfstandig naamwoord) gebruik je 'taaie' in plaats van 'taai'.
- usage:'Taai' kan zowel fysieke eigenschappen (zoals voedsel) als mentale eigenschappen (zoals doorzettingsvermogen) beschrijven.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.