ΠΡΠ½ΠΎΠ²Π½Π΅ Π²ΠΆΠΈΠ²Π°Π½Π½Ρ
'Tegen' is een veelzijdig voorzetsel dat vaak gebruikt wordt om fysieke of figuurlijke oppositie aan te duiden.
tegen betekent 'tegenover', 'in verzet tegen' of 'in de richting van' in de context van plaats of actie.
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΠΌΠΎΠ΄Π΅Π»Ρ Π²ΠΆΠΈΠ²Π°Π½Π½Ρ
directe verbinding met een zelfstandig naamwoord (bijv. iets of iemand)
"Ik sta tegen de muur."
Hier beschrijft 'tegen' de positie van de spreker in relatie tot de muur.
in een figuurlijke zin om tegen iets te zijn
"Ik ben tegen de plannen."
'Tegen' duidt een oppositie aan tegen de plannen.
Π‘ΠΏΠΎΠ»ΡΡΠ΅Π½Π½Ρ Π· Π΄ΡΡΡΠ»ΠΎΠ²Π°ΠΌΠΈ
plaatsen
"Plaats de stoel tegen de muur."
zetten of neerleggen op een plek
verzetten
"Hij verzet zich tegen de regels."
tegen iets in gaan
komen
"Komen jullie tegen het weekend?"
bewegen in de richting van iets
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- usage:'Tegen' kan ook betekenen 'tegenover' bij beschrijving van posities.
- position:'Tegen' komt meestal voor het zelfstandig naamwoord of aan het einde van een zin.
- register:Het woord 'tegen' is neutraal; het wordt in zowel spreektaal als schrijftaal gebruikt.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.