Treinen
Допоміжне дієслово
hebben
onovergankelijk werkwoord (informeel taalgebruik, betekent 'met de trein reizen')
Het werkwoord 'treinen' is informeel en wordt voornamelijk in spreektaal gebruikt. In formele contexten wordt meestal 'met de trein reizen' gezegd.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Приклади
Ik **trein** liever dan dat ik vlieg, omdat het beter is voor het milieu.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je gisteren nog **getreind**?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als ik **treine**, lees ik altijd een boek.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
**Trein** jij morgen naar de vergadering?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.