Trots
ΠΡΠ½ΠΎΠ²Π½Π΅ Π²ΠΆΠΈΠ²Π°Π½Π½Ρ
'Trots' is in de eerste plaats een bijvoeglijk naamwoord dat 'proud' betekent. Het wordt vaak gecombineerd met 'op' om aan te geven waarop de trots betrekking heeft. Deze combinatie is zo gebruikelijk dat het soms lijkt alsof 'trots' een voorzetsel is, maar dat is niet het geval.
Het woord 'trots' is geen voorzetsel in het Nederlands, maar een bijvoeglijk naamwoord (adjectief) dat 'proud' betekent. Het wordt soms verward met een voorzetsel omdat het in combinatie met 'op' gebruikt wordt om uitdrukking te geven aan trots zijn op iets of iemand.
Π§Π°ΡΡΠΎΡΠ½Ρ ΠΌΠΎΠ΄Π΅Π»Ρ Π²ΠΆΠΈΠ²Π°Π½Π½Ρ
Trots zijn op (iemand/iets)
'Trots' wordt bijna altijd gevolgd door 'op' wanneer je wilt zeggen dat je trots bent op iets of iemand. Het is een vaste combinatie.
Bijvoeglijk naamwoord (zonder 'op')
Als bijvoeglijk naamwoord kan 'trots' zelfstandig gebruikt worden om een eigenschap van een persoon of ding te beschrijven, zonder 'op'.
Π‘ΠΏΠΎΠ»ΡΡΠ΅Π½Π½Ρ Π· Π΄ΡΡΡΠ»ΠΎΠ²Π°ΠΌΠΈ
zijn
Trots zijn op iets of iemand.
voelen
Trots voelen over iets.
lijken
Er trots uitzien of overkomen.
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- usage:'Trots op' is een vaste uitdrukking en wordt altijd gebruikt om aan te geven waarop de trots betrekking heeft. Zonder 'op' is 'trots' een bijvoeglijk naamwoord.
- register:'Trots op' wordt in alle registers gebruikt: informeel, neutraal en formeel. Het is een veelvoorkomende uitdrukking in het dagelijks Nederlands.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.