Uitlachen
Допоміжне дієслово
hebben
scheidbaar werkwoord, regelmatig (met uitzondering van de scheiding)
Het werkwoord 'uitlachen' heeft een negatieve connotatie en betekent dat iemand bespot of belachelijk gemaakt wordt. Het wordt vaak gebruikt in contexten waarin iemand zich gekwetst of vernederd voelt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Приклади
De kinderen lachen de nieuwe leerling uit omdat hij een bril draagt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft haar nooit uitgelachen, ook al maakte ze fouten.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je mij uitlacht, voel ik me verdrietig.
tegenwoordige tijd, voorwaardelijke wijs
Lach me niet uit! Ik probeer alleen maar te helpen.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.