🇳🇱

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Приклади

  • Ik heb altijd verdriet als ik aan mijn oude vrienden denk.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Heb je verdriet om je examenresultaten?

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Hij werd verdrietig toen hij de film keek over verlies.

    verleden tijd, indicatief

Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.