Verleden
ΠΡΡΠΈΠ±ΡΡΠΈΠ²Π½Ρ ΡΠΎΡΠΌΠΈ
Als je 'verleden' gebruikt voor een zelfstandig naamwoord, zeg je bijvoorbeeld 'de verleden week' of 'een verleden jaar'. Het betekent dat iets al voorbij is.
- Π ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΌ Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Π΅ΠΌ
- Π Π½Π΅ΠΎΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½ΠΈΠΌ Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Π΅ΠΌ
- ΠΠ΅Π· Π°ΡΡΠΈΠΊΠ»Ρ
ΠΡΠ΅Π΄ΠΈΠΊΠ°ΡΠΈΠ²Π½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
Na werkwoorden zoals 'zijn' gebruik je 'verleden' zonder verandering. Bijvoorbeeld: 'Die tijd is verleden'. Het betekent dat iets al gebeurd is en nu voorbij is.
ΠΠΈΡΠΈΠΉ ΡΡΡΠΏΡΠ½Ρ
Om te zeggen dat iets meer in het verleden ligt dan iets anders, gebruik je 'meer verleden'. Bijvoorbeeld: 'Dit is meer verleden dan dat'. Dit gebruik is niet heel gewoon in dagelijks Nederlands.
- ΠΡΠ½ΠΎΠ²Π½Π° ΡΠΎΡΠΌΠ°
- Π "dan"
ΠΠ°ΠΉΠ²ΠΈΡΠΈΠΉ ΡΡΡΠΏΡΠ½Ρ
Als je wilt zeggen dat iets het meest in het verleden ligt, gebruik je 'meest verleden'. Bijvoorbeeld: 'Dit is het meest verleden voorval'. Dit klinkt formeel en wordt niet vaak gebruikt.
- ΠΡΡΠΈΠ±ΡΡΠΈΠ²Π½Π΅
- ΠΡΠ΅Π΄ΠΈΠΊΠ°ΡΠΈΠ²Π½Π΅
ΠΠ°ΠΆΠ»ΠΈΠ²Ρ Π·Π°ΡΠ²Π°ΠΆΠ΅Π½Π½Ρ
- usage:'Verleden' wordt vooral gebruikt om te praten over tijd die voorbij is. Het is niet zo gebruikelijk in de vergrotende en overtreffende trap, en klinkt vaak formeel of literair.
Π― ΡΡΠ²ΠΎΡΠΈΠ² ΡΠ΅ΠΉ ΡΠ»ΠΎΠ²Π½ΠΈΠΊ ΡΠΊ Π½Π°ΠΉΠΏΠΎΠ²Π½ΡΡΠΈΠΉ ΡΠ΅ΡΡΡΡ Π΄Π»Ρ ΡΠΈΡ , Ρ ΡΠΎ Π²ΠΈΠ²ΡΠ°Ρ Π½ΡΠ΄Π΅ΡΠ»Π°Π½Π΄ΡΡΠΊΡ. ΠΠΈΠ·Π½Π°ΡΠ΅Π½Π½Ρ ΡΠ° ΠΏΡΠΈΠΊΠ»Π°Π΄ΠΈ Π³Π΅Π½Π΅ΡΡΡΡΡΡΡ, ΡΠΎΠΌΡ Π²ΠΈ ΠΌΠΎΠΆΠ΅ΡΠ΅ ΡΠ½ΠΎΠ΄Ρ ΠΏΠΎΠΌΡΡΠΈΡΠΈ ΠΏΠΎΠΌΠΈΠ»ΠΊΡ β Π΄ΠΎΠ²ΡΡΡΠΉΡΠ΅ ΡΠ²ΠΎΡΠΉ ΡΠ½ΡΡΡΡΡΡ.