Wieken
Дієслово
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Приклади
Ik wiek het zeil snel als de wind sterker wordt.
tegenwoordige tijd, aanzettende wijs
De zeilen wiekten mooi in de frisse zeebries.
tegenwoordige tijd, indicatieve
Ik wiekte het zeil, maar de boot kwam niet in beweging.
verleden tijd, indicatieve
Zij is wiekend bezig met het zeilen.
tegenwoordig deelwoord, indicatieve
Hij is gewiekt en klaar voor de wedstrijd.
voltooid deelwoord, indicatieve
Wiek het zeil om naar de andere koers!
gebiedende wijs, imperatief
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.