Zadelen
Допоміжне дієслово
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'zadelen' wordt voornamelijk gebruikt in de context van paardrijden en betekent het opzadelen van een paard met een zadel. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld 'iemand met een probleem zadelen' (iemand met een probleem opzadelen).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Приклади
Ik zadel mijn paard elke ochtend voordat ik ga rijden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je het paard al gezadeld?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zadel het paard voorzichtig, het is nog jong.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij zadelde zijn paard gisteren voor de eerste keer zelf.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat je het paard goed zadelt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.