Zakendoen
Допоміжне дієслово
hebben
samengesteld werkwoord (scheidbaar: zaken doen)
Het werkwoord 'zakendoen' wordt vaak gebruikt in formele of zakelijke contexten om commerciële activiteiten of transacties aan te duiden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Приклади
Ik doe al tien jaar zaken met dit bedrijf.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij deden vorig jaar zaken in Azië.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben altijd eerlijk zakengedaan.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Doe jij ook zaken met buitenlandse partners?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Het is belangrijk dat je verstandig zakendoet.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Я створив цей словник як найповніший ресурс для тих, хто вивчає нідерландську. Визначення та приклади генеруються, тому ви можете іноді помітити помилку — довіряйте своїй інтуїції.