Woordenlijst

Найпоширеніші нідерландські слова, відсортовані за частотою вживання в повсякденній мові. На основі корпусу SUBTLEX-NL — 44 мільйони слів з нідерландських кіно- та телевізійних субтитрів.

1–50 з 791 слів

Топ 100 — основи нідерландської
1ikn.versterkte dijk
2jepron.your (singular)
3hetpron.derde persoon enkelvoud
4depron.bepaald lidwoord
5datpron.aanwijzend voornaamwoord
6nietv.bevestigen met nieten
7eenn.voorbeeld van een
8watn.een wat
9wepron.eerste persoon meervoud
10zen.naam van de Huns
11hijn.mannetjes bijen
12maarv.verwaarloos
13ersymbool erbium
14opprep.voorzetsel van plaats
15zijnn.essentie zijn
16tesymbool
17men.versterkte dijk
18diepron.betrekkelijk voornaamwoord
19voorn.een voorkant
20alsn.afkorting voor ALS
21wasn.essentie zijn
22ditpron.aanwijzend voornaamwoord
23hieradv.op deze plek
24jijpron.your (singular)
25dann.muziekritme
26welv.bovenkomen opzwellen
27nogadv.nog meer additioneel
28wiln.de wens of behoefte
29geenpron.niet een
30zosymbool voor zo
31aanprep.voornaamwoordelijk
32goedn.een goed ding
33hebbenn.bezit of eigendom
34hoeadv.op welke manier
35waarv.verleden tijd van zijn
36nun.het actuele moment
37haarn.naam van de Huns
38uitv.uitdrukken of vertellen
39ookadv.ook ook
40doenn.acties of dagen
41gaann.fysieke toestand
42mijn.versterkte dijk
43alvraagteken of symbool
44ietspron.onbepaald voorwerp
45waaromn.vraagwoord
46laatn.een tijd of periode
47wiepron.welke persoon
48moetenn.moetige persoon
49dezepron.dit die bijvoeglijk
50allesn.geheel van dingen