NEDERLANDS
🇺🇦

Woordenlijst

Найпоширеніші нідерландські слова, відсортовані за частотою вживання в повсякденній мові. На основі корпусу SUBTLEX-NL — 44 мільйони слів з нідерландських кіно- та телевізійних субтитрів.

1–50 з 791 слів

Топ 100 — основи нідерландської
1ikn. — versterkte dijk
2jepron. — your (singular)
3hetpron. — derde persoon enkelvoud
4depron. — bepaald lidwoord
5datpron. — aanwijzend voornaamwoord
6nietv. — bevestigen met nieten
7eenn. — voorbeeld van een
8watn. — een wat
9wepron. — eerste persoon meervoud
10zen. — naam van de Huns
11hijn. — mannetjes bijen
12maarv. — verwaarloos
13ersymbool erbium
14opprep. — voorzetsel van plaats
15zijnn. — essentie zijn
16tesymbool
17men. — versterkte dijk
18diepron. — betrekkelijk voornaamwoord
19voorn. — een voorkant
20alsn. — afkorting voor ALS
21wasn. — essentie zijn
22ditpron. — aanwijzend voornaamwoord
23hieradv. — op deze plek
24jijpron. — your (singular)
25dann. — muziekritme
26welv. — bovenkomen opzwellen
27nogadv. — nog meer additioneel
28wiln. — de wens of behoefte
29geenpron. — niet een
30zosymbool voor zo
31aanprep. — voornaamwoordelijk
32goedn. — bezit of voorwerp
33hebbenn. — bezit of eigendom
34hoeadv. — op welke manier
35waarv. — verleden tijd van zijn
36nun. — het actuele moment
37haarn. — naam van de Huns
38uitv. — uitdrukken of vertellen
39ookadv. — ook ook
40doenn. — acties of dagen
41gaann. — fysieke toestand
42mijn. — versterkte dijk
43alvraagteken of symbool
44ietspron. — onbepaald voorwerp
45waaromn. — vraagwoord
46laatn. — een tijd of periode
47wiepron. — welke persoon
48moetenn. — moetige persoon
49dezepron. — dit die bijvoeglijk
50allesn. — geheel van dingen