NEDERLANDS
🇨🇳

Aanrijden

动词

助动词

hebben of zijn (afhankelijk van de context: 'hebben' voor het veroorzaken van een aanrijding, 'zijn' voor het ondergaan ervan)

onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord

'Aanrijden' kan zowel 'beginnen met rijden' betekenen als 'in botsing komen met'. De context bepaalt de betekenis.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • ik

  • jij / je

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

例句

  • Ik rij voorzichtig aan bij het stoplicht.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de fietser aangereden omdat hij niet oplette.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Rij langzaam aan, het is hier glad!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als je voorzichtig aanrijdt, voorkom je ongelukken.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。