(iemand praat over zijn of haar verloofde of partner)
Mijn aanstaande en ik gaan volgende maand trouwen.
Heb je je aanstaande al ontmoet?
Stel je aanstaande eens voor aan mijn ouders.
Mijn aanstaande en ik gaan elke zondag naar de markt.
Hoe heet jouw aanstaande?
Mijn partner helpt me met de voorbereidingen van de bruiloft.
Mijn aanstaande heet Jan.
Mijn aanstaande en ik plannen onze bruiloft.
Op mijn werk vertel ik vaak over mijn aanstaande.
Mijn aanstaande, die in Amsterdam werkt, komt dit weekend naar mij toe.
Tijdens het feestje hebben we onze aanstaanden aan elkaar voorgesteld.
Mijn aanstaande zal volgende week met mij op vakantie gaan.
Mijn aanstaande is de ware jakob voor mij.
Mijn aanstaande gaf me gisteren een verrassing.
Mijn aanstaande houdt van wandelen, en ik geniet van fietsen.
Mijn verloofde en ik gaan volgende maand trouwen.
Mijn aanstaande kookt vanavond voor mij.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。