Ik wil leren om mensen te kunnen aanzien.
De aanziende leraar gaf uitleg over de les.
Met een aanziende blik keek hij naar het publiek.
Aangezien hij vroeg vertrok, kwam hij op tijd aan.
ik
Hij aanzag de situatie verkeerd.
wij / we
Wij aanzagen het probleem niet goed.
hij
Hij zag aan dat zij het moeilijk had.
zij / ze
Zij zagen aan dat het een moeilijke keuze was.
Zij was aansluitend aan de bijeenkomst erg enthousiast.
Aanzie het leven met optimisme.
Zie aan dat alles in orde is.
Zie aan dat je op tijd komt.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。