(als bestuurder in een auto zitten en die laten rijden)
Mijn zus leert autorijden bij een rijschool in de buurt.
Ik rij elke dag auto naar mijn werk in Utrecht.
Zij kan al sinds haar achttiende autorijden.
Mijn vader rijdt auto naar het vakantiehuis in Frankrijk.
Gisteren reed ik auto door een flinke sneeuwstorm.
We hebben de hele middag autogereden zonder een pauze te nemen.
Autorijden in de spits vind ik echt vermoeiend.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。