助动词
hebben
hebben; transitief, reflexief
'Banen' is een regelmatig werkwoord (zwakke vervoeging) en wordt vaak reflexief gebruikt: 'zich een weg banen'. Ook figuurlijk voor 'een pad effenen'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
例句
Ik baan mij een weg door de menigte.
tegenwoordig, indicatief
Zij baande de weg voor een nieuwe generatie.
verleden, indicatief
Hij heeft een weg gebaand voor zijn opvolgers.
voltooid tegenwoordig, indicatief
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。