NEDERLANDS
🇨🇳

Banen

动词B2

助动词

hebben

hebben; transitief, reflexief

'Banen' is een regelmatig werkwoord (zwakke vervoeging) en wordt vaak reflexief gebruikt: 'zich een weg banen'. Ook figuurlijk voor 'een pad effenen'.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Gebiedende wijs

例句

  • Ik baan mij een weg door de menigte.

    tegenwoordig, indicatief

  • Zij baande de weg voor een nieuwe generatie.

    verleden, indicatief

  • Hij heeft een weg gebaand voor zijn opvolgers.

    voltooid tegenwoordig, indicatief

我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。