Ik wil hem niet bedroeven met slecht nieuws.
Dat is een bedroevend beeld van de situatie.
Hij heeft een bedroevende indruk gemaakt.
ik
Als ik hem zie, bedroef ik hem niet.
jij / je, u
Jij bedroeft mij met je woorden.
wij / we, zij / ze, jullie
Zij bedroeven ons met hun verhaal.
Vorig jaar bedroefde het nieuws mij heel erg.
jij / je
Jij bedroefde iedereen met je afscheid.
hij, zij / ze, het
Hij bedroefde haar met zijn woorden.
wij / we, jullie, zij / ze
Zij bedroefden de kinderen met hun verhalen.
Hij is erg bedroefd om wat er gebeurd is.
Moge hij niet bedroeven wat hij het liefste heeft.
Bedroef mij niet met je woorden!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。