De hond levert bijten als hij speelt.
ik
Ik bijt in mijn appel.
jij / je, u
Jij bijt in je broodje.
hij, zij / ze, het
Hij bijt op zijn lip.
wij / we, jullie
Wij bijten in de peer.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。