Ik wil graag betoveren met mijn magie.
De betoverende muziek vulde de lucht.
De betoverende elfjes dansten in de tuin.
ik
Ik betover de kinderen met verhalen.
jij / je, u
Jij betovert de menigte met je talent.
hij, zij / ze, het
Hij betovert iedereen met zijn charme.
wij / we, jullie
Wij betoveren de gasten met een show.
Ik betoverde de kindertjes met mijn goocheltruc.
jij / je
Jij betoverde ons met je zangstem.
u
U betoverde het publiek met uw magie.
Zij betoverde het evenement met haar optreden.
Wij betoverden de kinderen met ons verhaal.
De kinderen zijn betoverd door het verhaal.
Moge de magie ons betovere.
Betover ons met je optreden!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。