(wie een woning of appartement bewoont)
De bewoner van het appartement opende de deur.
Alle bewoners van het flatgebouw kregen een brief over het onderhoud.
De bewoner is niet thuis.
De nieuwe bewoners hebben het huis helemaal opgeknapt.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(wie tot de inwoners van een gebied behoort)
De bewoners van het dorp organiseerden een zomerfeest.
Veel bewoners van de wijk klagen over de drukte op straat.
De bewoners van de stad zijn trots op hun historische binnenstad.
De gemeente heeft alle bewoners van de buurt uitgenodigd voor een informatieavond.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。